We begonnen met een advocaatje met of zonder slagroom. Geadviseerd werd om van plaats te wisselen, zodat je ook eens naast iemand anders zat, dan je partner. O.l.v organist Koop Lammertsen werd “Eén naam is onze hope” gezongen. Joh de Heer 478. Br. Walinga ging voor in gebed, waarna de Paasbrunch van start ging.
Een vrolijk hart ontstaat na een wijntje (advocaatje). Ook hoe een roodborstje aan zijn rode borst komt, kwam nog ter sprake. De opgediende groente – en kippensoep was uit de kunst. “O hoofd vol bloed en wonden” Joh de Heer 486 was ons tweede lied. Op de tafels was geen nee te koop, lekkere broodjes, suiker – en gevulde krentenbrood, zowel zoet als hartig beleg, stukjes kaas en worst en zelfs watermeloen. Van al dat eten krijg je dorst, ook daar was in voorzien. Op de vraag waarom moeten we lijden krijgen we niet altijd een antwoord, soms overkomt het je. De Here Jezus droeg onze zonden dat deed pijn. Hij werd bespuugd, bespot, gehoond, gehaat. Hij stierf zelfs aan het kruis. Maar Hij stond op Hij leeft, zodat wij eeuwig en van zonden vrij mogen leven als wij in de Here Jezus geloven. Een schooljongen liep voor en na schooltijd met twee waterzakken naar de bron. Eén keer per dag was niet genoeg, omdat 1 zak water lekte.
Op een dag zei de boer tegen hem, dankzij jou groeit er graan langs de weg. Soms kan lijden zin hebben. We zijn niet hopeloos. We zongen nog “Christus onze Heer verrees “Joh de Heer 496 en “Kroon Hem met gouden kroon” Joh de Heer 722. Na een fijne gemeenteopbouwende Paasbrunch en gebed van Br. Walinga, gingen we huiswaarts.




